Twee grootheden, twee vragen
Het benodigde vermogen in kW bepaalt of de voorziening je kritische groepen úberhaupt kan voeden. De opslagcapaciteit in kWh bepaalt hoe lang dat lukt. Beide moeten kloppen: een systeem met veel capaciteit maar te weinig vermogen komt niet op gang, en omgekeerd valt een krachtig systeem met te weinig capaciteit snel stil.
Daarom vragen wij altijd twee dingen: welk vermogen vragen die groepen samen, en hoe lang moeten ze het volhouden?
Gelijktijdigheid bepaalt het vermogen
Het gaat niet om de som van alle vermogens op de typeplaatjes, maar om wat er werkelijk gelijktijdig aanstaat. Motoren en compressoren vragen bij het opstarten bovendien tijdelijk meer dan tijdens bedrijf.
Met je kwartierwaarden zien we hoe je verbruik in de praktijk verloopt. Voor de kritische groepen apart is vaak een aanvullende meting of een berekening op basis van de installatie nodig.
Overbruggingsduur bepaalt de capaciteit
Wil je een half uur overbruggen of een halve dag? Dat verschil bepaalt de capaciteit, en daarmee een groot deel van de investering.
Vaak helpt het om te bepalen wat het doel is: alleen netjes afschakelen, de lopende batch afmaken, of doorproduceren tot de storing voorbij is. Elk van die drie leidt tot een andere maat.
Noodreserve en dagelijks gebruik
Als dezelfde batterij ook wordt gebruikt voor het beperken van verbruikspieken of het verhogen van je eigen verbruik, moet een deel van de capaciteit gereserveerd blijven voor noodstroom.
Die reserve kun je niet volledig voor andere toepassingen inzetten. Hoe hoog je die zet, is een afweging tussen zekerheid bij een storing en opbrengst in het dagelijks gebruik.
Waarom niet groter dan nodig
Overdimensioneren verhoogt de investering zonder dat het de bedrijfszekerheid verder verbetert. Te klein dimensioneren levert een voorziening die bij een echte storing niet doet wat je verwacht.
Daarom rekenen we eerst door wat de kritische groepen vragen, voordat we een systeem voorstellen.
